|
2 - Zelf een effect maken |
|
|
|
|
Pagina 3 van 11 De achtergrondZoals gezegd kun je het beste eerst met de achtergrond beginnen. Niet alleen is dat het makkelijkste deel van het effect, maar je hebt het ook nodig om de andere objecten (de voetbal en de bol) op de juiste plaats te kunnen positioneren. Als je in de boomstructuur met effecten naar beneden scrollt, zie je op een gegeven moment een onderdeel met de naam "Objecten" staan. Deze map is weer onderverdeeld in vier submappen. Klik nu op de submap met de naam "Simple".  In het album vind je in de submappen de verschillende objecten waarmee je je effecten kunt vormgeven Aan de rechterkant zie je nu een lijst met objecten staan. Sleep het object "Back 2" helemaal naar het linker gedeelte van het scherm (de FX-boom) en laat het daar los onder het object "Camera". Let daarbij op wat er in het voorbeeldvenster gebeurt. Vóórdat we verdergaan kijken we in het eigenschappenvenster eens naar de waardes van de verschillende parameters. Bovenaan staan de waardes, die de positie in de ruimte aangeven. Elke positie heeft een X-, een Y- en een Z-coördinaat. In het geval van het object dat we zojuist hebben toegevoegd, zijn die waardes respectievelijk 0, 0 en -4. De X-coördinaat bepaalt de positie in horizontale richting (dus naar links of rechts). De Y-coördinaat wordt gebruikt voor de verticale richting (naar boven of naar beneden). De Z-coördinaat tenslotte bepaalt de positie in de richting loodrecht op het scherm (dus verder af of dichterbij). Elke waarde kan zowel positief als negatief zijn; positieve waardes betekenen een verplaatsing in de ene richting, negatieve waardes een positie in de tegenovergestelde richting.
|