|
2 - Zelf een effect maken |
|
|
|
|
Pagina 4 van 11 Een andere groep parameters, ook X-Y-Z, is die voor scaleren. Met deze waardes kun je de grootte van het object in de verschillende richtingen vastleggen. Bekijk nu eens goed de positie van het object in de ruimte. Gebruik daarvoor het boven- en zijaanzicht en de perspectiefweergave. Let daarbij vooral op de plaats van het object in de diepterichting. In het voorbeeldvenster zie je dat het object beeldvullend wordt weergegeven. Kijk vervolgens naar de waardes voor de positie (resp. 0, 0 en -4) en de scalering (resp. 2, 2 en 2). Verander nu de Z-positie van -4 naar 0. Tevens verander je de X-, Y- en Z-waarde voor scaleren allemaal van 2 naar 1. Het uiteindelijke filmbeeld is hetzelfde gebleven (namelijk een beeldvullend object), maar de positie in de ruimte is anders: het vlak is naar voren toe verplaatst en tevens verkleind. Het is belangrijk dat je ziet, waarom andere waardes voor de diverse parameters toch een ogenschijnlijk identiek eindresultaat opleveren. Oefen ook nog eens met het verplaatsen van het object door in het voorbeeldvenster de linker- c.q. rechtermuisknop ingedrukt te houden en de muis te bewegen. Om verder te gaan met het opbouwen van het effect zet je de Z-waarde van de positie nu weer terug op -4 en de waardes voor scalering allemaal op 2.  Op deze manier koppel je een multimediabestand (een afbeelding of een videoclip) aan een object
|