|
Pagina 3 van 9 Het SCN-bestand is slechts een eenvoudige frame-teller, die altijd start met het eerste opgenomen bruikbare frame in de DV-AVI en eindigt met het laatste frame in de DV-AVI en daarbij onthoudt bij welke tellerstand een nieuwe scène begint. Het doel van het SCN-bestand is slechts het genereren van de voorbeeldplaatjes voor in het scènealbum aan de hand van die frame teller. In ons voorbeeld begint de band dus bij 0 en eindigt na 1642 frames (= 131 + 271 + 456 + 261 + 244 + 134 + 145 = 1642 frames). De eerste capture begint pas bij het 48ste frame (van de band) maar de teller in het SCN bestand begint op 0 en eindigt na 1594 frames (83 + 271 + 456 + 261 + 244 + 134 + 145) = 1594 frames = lengte DV-AVI). SCN-bestand = 1ste scène start 0, 2de scène start 83, 3de scène start 354, etc.
De tweede capture begint bij het 87ste frame, de teller eindigt na 1555 frames (= 44 + 271 + 456 + 261 + 244 + 134 + 145 = 1555 frames = lengte DV-AVI). SCN bestand = 1ste scène start 0, 2de scène start 44, 3de scène start 315, etc. We krijgen dus bij elke capture een andere lengte van ons AVI-bestand met een daarbij behorend uniek SCN-bestand. Het verschil tussen de AVI-bestanden van de 1ste en 2de capture zit alleen in het verschil in lengte van de eerste scène; voor de rest zijn beide AVI-bestanden identiek. Als we beginnen met monteren verschijnt er nog een derde belangrijk onlosmakelijk bestand: het STU-bestand. Dit is in feite hetzelfde als een SCN-bestand; hierin worden aan de hand van frametellerstanden niet de scènes aangeduid, maar waar wij bepaalde instructies (knippen, effecten, overgangen, etc.) aan bepaalde DV-AVI’s toekennen. Eindconclusie: De STU- en SCN-bestanden zijn onlosmakelijk verbonden met unieke DV-AVI bestanden. Willen we dus ooit nog eens aan een Studio-project verder kunnen monteren zonder continu de bijbehorende DV-AVI op onze harde schijf te bewaren (elke harde schijf hoe groot ook, raakt ooit vol), dan moeten we dus in staat zijn om onze originele DV-AVI weer opnieuw te capturen met exact dezelfde lengte en beginframe als de DV-AVI die we gebruikt hebben voor onze montage en het daarbij ontstane STU-bestand. Dus: Bewaar altijd de originele banden en de stu-bestanden van je projecten. Dit kan op vier manieren, elk met zijn eigen voor- en nadelen (de derde en vierde manier worden beschreven in het volgende deel van DV naar PC).
|