|
Pagina 1 van 2 Video capture is vooral een zaak van heel snel heel veel gegevens verwerken. Het tempo waarin die verwerking moet plaatsviden, wordt niet bepaald door de verwerkende eenheid (het computersysteem) maar door het aanbiedende systeem: de videorecorder of camcorder. Daarin loopt immers een band met vaste snelheid, die 25 keer per seconde een volledig beeld doorstuurt. Om die gigantische hoeveelheid gegevens te kunnen verwerken moet gebruik gemaakt worden van compressietechnieken. Dit artikeltje laat daar iets van zien.
Waarom is beeldcompressie nodig?De hoeveelheid gegevens die door de computer verwerkt moet worden, is enorm. Om je een idee te geven volgen hier wat cijfers. Stel dat je een S-VHS of Hi8 video wilt capturen in een resolutie van 720 x 540 beeldpunten. Van elke pixel moet informatie over kleur en helderheid worden vastgelegd. In het algemeen worden hiervoor 3 bytes gebruikt - met 24 bits (= 3 bytes) kunnen ruim 16 miljoen kleuren worden weergegeven. Elk beeld (frame) levert dus 720 x 540 x 3 = 1.166.400 bytes op. Voor één seconde (die uit 25 frames bestaat) zijn dan 29.160.000 bytes nodig, ofwel bijna 28 Mb. Het is vrijwel ondenkbaar, dat dergelijke hoeveelheden gegevens één-op-één worden opgeslagen op een harde schijf. Zo'n schijf zou niet alleen ontzettend groot moeten zijn (ongeveer 1,6 Gb voor iedere minuut film), maar ook nog eens onvoorstelbaar snel.
Hoe wordt gecomprimeerd?Om de hoeveelheid opgeslagen gegevens te beperken wordt gebruik gemaakt van compressietechnieken. Deze zogenaamde codecs (COmpressie en DECompressie algoritmen) hebben tot doel om beeldinformatie te elimineren die óf redundant (overbodig) is óf niet belangrijk is voor ons menselijk oog. Redundante gegevens Door redundantie aan te pakken hoeven minder gegevens te worden opgeslagen, zonder dat dit ten koste van de kwaliteit hoeft te gaan. Met andere woorden: het blijft mogelijk om het originele beeld weer precies zo op te bouwen. Een voorbeeld ter verduidelijking: Stel je wordt gevraagd een kist met appels te beschrijven. Je zegt dan niet: "Een kist met een appel, nog een appel, nog een appel, nog een appel, .... en nog een appel." Je zult veel eerder iets zeggen als "Een kist met tien appels." Het heeft weinig zin om iedere appel afzonderlijk te noemen, want ze zijn toch allemaal hetzelfde. In plaats daarvan geef je aan hoeveel appels er in de kist zitten. Als je in dit voorbeeld de appels vervangt door pixels krijg je een idee wat beeldcompressie met redundantie inhoudt. Als je tien rode pixels naast elkaar volledig wil beschrijven heb je 10 x 3 = 30 bytes nodig (uitgaande van 24-bits kleuren). Als je rekening houdt met de redundantie kun je volstaan met bijvoorbeeld 5 bytes (3 om de kleur van de eerste pixel in vast te leggen en nog eens 2 om het aantal in op te slaan). De hoeveelheid opgeslagen informatie is nu veel minder, maar de inhoudelijke betekenis ervan is hetzelfde gebleven. Beide beschrijvingen leiden tot een reeks van 10 naast elkaar gelegen rode pixels.
<< Begin < Vorige 1 2 Volgende > Einde >> |