|
Pagina 5 van 5 De puntjes op de iAls laatste voeg je nog de namen toe, van de plaatsen die je hebt bezocht. Groepeer die plaatsnamen op een handige manier in lagen, zodat je flexibel genoeg bent om er op verschillende momenten in je videomontage gebruik van te kunnen maken. Bijvoorbeeld de grotere plaatsen/steden in een aparte laag (voor een overzichtskaart) en de kleinere plaatsen (dorpen) per regio gegroepeerd, zodat je ze voor de dagtrips kunt gebruiken. Uiteindelijk kan je kaart er dan zo uit komen te zien:
Waar moet je nu nog aan denken?Zorg er voor, dat je ALTIJD de beschikking hebt over de kaart met zijn lagenstructuur. Vaak is dat eenvoudig te realiseren door de afbeelding in het eigen formaat van het programma op te slaan. Als je voor een ander formaat kiest (bijvoorbeeld BMP) worden alle lagen samengevoegd en kun je ze niet meer afzonderlijk wijzigen. De reden hiervan is, dat BMP, JPG, TGA en andere bestandsformaten geen lagen ondersteunen. Scan de kaart in op een zo hoog mogelijke resolutie. Als je gescande kaart een afmeting heeft van (bijvoorbeeld) 2000 x 1500 pixels, kun je daar gemakkelijk interessante uitsnedes van maken. Vanuit de basiskaart (dus de kaart met de diverse lagen) maak je de uitsnedes, die je opslaat in afzonderlijke BMP-bestanden. Deze BMP-bestanden zet je dan op de tijdlijn van Studio. Bedenk dat het beeldformaat van DV-PAL een resolutie heeft van 720x576 pixels. Zorg er dan ook voor dan de BMP-bestanden ook die afmeting hebben; zo voorkom je dat Studio zelf nog een conversieslag moet doen. Als je gebruik wilt maken van de Pan/Zoom-plugins moet je uiteraard een groter formaat kiezen. Gebruik zoveel mogelijk verschillende lagen om kaartdetails in op te slaan. Hoe meer lagen, hoe meer flexibiliteit je hebt om vanuit één basiskaart verschillende kaarten te fabriceren. Laat niet teveel details in één keer op de kaart zien. Dat leidt de kijker alleen maar af. En dat wilde je nu net voorkomen.
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 Volgende > Einde >> |